Per 1 januari 2024 spreken we van een financieringsoverschot van € 13,1 miljoen. Dit is het verschil tussen enerzijds de beschikbare vaste financieringsmiddelen, die bestaan uit de opgenomen geldleningen, het eigen vermogen en de voorzieningen (totaal € 116 miljoen) en anderzijds de boekwaarde van de investeringen en de grondexploitaties (totaal € 102 miljoen). De oorzaak hiervan is het verschuiven van een groot aantal investeringen in de tijd. De planningen hiervan zijn achterhaald door onder meer gebrek aan interne capaciteit en gebrek aan capaciteit in de markt.
Financieringsbehoefte (x € 1.000) | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | |
Vaste financieringsmiddelen : | |||||
Reserves | 63.264 | 64.927 | 62.828 | 61.185 | |
Voorzieningen | 25.309 | 25.553 | 24.829 | 23.968 | |
Opgenomen leningen | 27.432 | 35.861 | 63.290 | 71.719 | |
Totaal (a) | 116.005 | 126.341 | 150.947 | 156.872 | |
Te financieren | |||||
Vaste activa | 114.742 | 138.814 | 153.151 | 154.358 | |
Grondexploitaties | -11.865 | -5.601 | 4.091 | 4.812 | |
Totaal (b) | 102.877 | 133.213 | 157.242 | 159.170 | |
Financieringstekort (a-b) | 13.128 | -6.872 | -6.295 | -2.298 |
In de afgelopen jaren was de korte rente lager dan de lange rente; voor kort geld was de rente regelmatig zelfs negatief. Om die reden dekken we de financieringsbehoefte tot het bedrag van de kasgeldlimiet zoveel mogelijk met kortlopende leningen.
Recentere ontwikkelingen op de geld-en kapitaalmarkt maken het uitgangspunt om de financieringsbehoefte tot het maximum van de toegestane kasgeldlimiet met kortlopende leningen te dekken echter minder vanzelfsprekend. Op dit moment (zomer 2023) lopen de rentetarieven voor kortlopende en langlopende leningen niet ver uiteen. We blijven de marktontwikkelingen volgen de financieringskosten zo laag mogelijk te houden.